ECLI:NL:HR:2019:1484

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 oktober 2019
Publicatiedatum
1 oktober 2019
Zaaknummer
17/06134
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over opzettelijk brandstichten in eigen woning met gevaar voor derden

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 12 december 2017, waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk in brand steken van zijn eigen huurwoning in een flatcomplex. Dit gebeurde naar aanleiding van een aangekondigde ontruiming vanwege een langdurig conflict met de verhuurder.

De verdachte stelde onder meer dat uit het bewijs niet kon worden afgeleid dat hij opzettelijk vuur had aangestoken en voerde aan dat er geen restanten van methaan waren aangetroffen. De Hoge Raad verwierp deze verweren en concludeerde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de rechtsvragen niet in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling waren.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat sprake was van opzettelijk brandstichten met het oog op het gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het hof is bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/06134
Datum1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 12 december 2017, nummer 22/005121-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 oktober 2019.