In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 november 2017, waarin het hof een geschil beslecht over de voortzetting van een failliet ziekenhuis na een pre-packprocedure. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking door de voortzettende onderneming.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Rotterdam en arresten van het gerechtshof Den Haag. De klachten van eiser in cassatie zijn beoordeeld en worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het hof en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 4 oktober 2019.