Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:1490

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2019
Publicatiedatum
2 oktober 2019
Zaaknummer
18/00869
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest inzake voortzetting failliet ziekenhuis na pre-packprocedure en onrechtmatig handelen

In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 november 2017, waarin het hof een geschil beslecht over de voortzetting van een failliet ziekenhuis na een pre-packprocedure. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking door de voortzettende onderneming.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Rotterdam en arresten van het gerechtshof Den Haag. De klachten van eiser in cassatie zijn beoordeeld en worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het hof en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 4 oktober 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/00869
Datum4 oktober 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: mr. B.I. Kraaipoel,
tegen
1. SPIJKENISSE MEDISCH CENTRUM B.V.,
gevestigd te Spijkenisse,
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. MAATSCHAP [verweerster 3],
gevestigd te [vestigingsplaats],
4. MAATSCHAP [verweerster 4],
voorheen gevestigd te [vestigingsplaats],
5. [verweerster 5] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
6. [verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
7. [verweerder 7],
wonende te [woonplaats],
8. [verweerster 8] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
9. COÖPERATIE ZORG IN REGIO ZUID COÖPERATIEF U.A.,
gevestigd te Rotterdam,
10. STICHTING PROTESTANTS CHRISTELIJK ZIEKENHUIS IKAZIA,
gevestigd te Rotterdam,
11. STICHTING MAASSTAD ZIEKENHUIS,
gevestigd te Rotterdam,
12. STICHTING HET VAN WEEL-BETHESDA ZIEKENHUIS,
gevestigd te Dirksland,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: SMC c.s.,
advocaten: mr. K. Teuben en mr. G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/10/459641/HA ZA 14-953 van de rechtbank Rotterdam van 11 maart 2015 (in het incident), 24 juni 2015 en 20 januari 2016;
b. de arresten in de zaak 200.189/984/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 juni 2016 en 28 november 2017.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 28 november 2017 beroep in cassatie ingesteld. SMC c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door mr. T.V.J. Bil.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SMC c.s. begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
4 oktober 2019.