ECLI:NL:HR:2019:1503
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep in cassatie tegen naheffingsaanslagen loonheffing
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag betreffende naheffingsaanslagen loonheffing over de jaren 2011 tot en met 2013, inclusief boetebeschikking en beschikkingen inzake heffings- en belastingrente.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.