ECLI:NL:HR:2019:1515
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld tegen een belastingaanslag en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente over het jaar 2014.
Het beroepschrift in cassatie voldeed niet aan de eisen van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat het niet de gronden van het beroep bevatte. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende daarop gewezen en een hersteltermijn van zes weken gesteld.
De brief met herstel kwam echter te laat binnen, waardoor de Hoge Raad het stuk buiten beschouwing liet en het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaarde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is op 4 oktober 2019 gewezen door de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet tijdig herstellen daarvan.