ECLI:NL:HR:2019:1546

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2019
Publicatiedatum
7 oktober 2019
Zaaknummer
18/02870
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 22b Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over taakstrafverbod bij diefstal koffer op station Amsterdam

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake een diefstal van een koffer van een toerist op een Amsterdams station. Het hof had een gevangenisstraf van 8 weken opgelegd, waarvan 4 weken voorwaardelijk, en oordeelde dat het taakstrafverbod van artikel 22b Sr van toepassing was, waardoor geen taakstraf kon worden opgelegd.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en adviseerde terugwijzing naar het hof voor hernieuwde berechting. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had geoordeeld dat het taakstrafverbod van artikel 22b lid 2 Sr van toepassing was, omdat uit het uittreksel van de justitiële documentatie niet bleek dat de verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de diefstal wegens een soortgelijk feit een taakstraf had gekregen.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor nieuwe beoordeling van de straf. Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel en raadsheren Buruma en van Strien op 8 oktober 2019.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deels arrest en verwijst zaak terug voor nieuwe strafoplegging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/02870
Datum8 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 8 juni 2018, nummer 23/003317-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. El Assrouti, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat het in art. 22b Sr bedoelde verbod tot oplegging van een taakstraf van toepassing is.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 10 is het middel terecht voorgesteld.
2.3
Het middel slaagt.

3.Beoordeling van het tweede middel

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeft het middel geen bespreking.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 oktober 2019.