ECLI:NL:HR:2019:1567
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland. Voor het indienen van het beroep moest griffierecht worden betaald. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht, maar heeft de vereiste verklaring omtrent afwezigheid van vermogen niet ingediend ondanks herhaalde verzoeken van de griffier.
De griffier heeft belanghebbende meerdere malen aangeschreven over het niet voldoen van het griffierecht en de gevolgen daarvan. Een brief werd teruggezonden wegens onbestelbaarheid, waarna adresverificatie plaatsvond en een gewone brief werd verzonden. Het griffierecht bleef onbetaald.
Belanghebbende gaf in een brief geen geldige reden voor het niet tijdig betalen. De Hoge Raad oordeelt dat het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest is op 11 oktober 2019 gewezen door de genoemde raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en ontbreken van een geldige verklaring betalingsonmacht.