ECLI:NL:HR:2019:1568
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende een belastingzaak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld.
Belanghebbende heeft het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijn. Na een nadere ingebrekestelling heeft belanghebbende geen voldoende reden gegeven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. Hierdoor is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 11 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.