ECLI:NL:HR:2019:1599
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting op personenauto’s en motorrijwielen.
De Hoge Raad ontving tevens verweerschriften van de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende en de Minister een conclusie van dupliek. Na beoordeling van de ingediende middelen oordeelde de Hoge Raad dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden.
Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.