ECLI:NL:HR:2019:1610
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- M.E. van Hilten
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over teruggaaf dividendbelasting Japans pensioenfonds en bewijslastverdeling
Belanghebbende, een Japans pensioenfonds, verzocht voor de jaren 2010 en 2011 om teruggaaf van ingehouden dividendbelasting op dividenden van Nederlandse vennootschappen. De Inspecteur wees deze verzoeken af, waarna belanghebbende in hoger beroep ging bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt de uiteindelijk gerechtigde te zijn en wees de teruggaaf af.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof een onjuiste bewijslastverdeling hanteerde. Volgens artikel 10, lid 1, Wet op de dividendbelasting 1965 rust op de verzoeker de last om aannemelijk te maken dat hij gerechtigde is tot de opbrengst. Echter, indien de verzoeker gerechtigde is, rust op de inspecteur de bewijslast dat de verzoeker niet de uiteindelijk gerechtigde is. Het Hof had deze verdeling verkeerd toegepast.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste bewijslastverdeling. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling met correcte bewijslastverdeling.