Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
5 november 2019.
Hoge Raad
In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende poging tot doodslag in de woning van de moeder van verdachte.
De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid en geconcludeerd dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 5 november 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.