Uitspraak
1.De procedure
2.Beoordeling van het wrakingsverzoek
(=24/7 100 % fictieve weigeringen).”
Hoge Raad
Verzoekers dienden bij de Hoge Raad beroep in cassatie in twee belastingzaken. Zij verzochten vervolgens wraking van de raadsheren die de zaken behandelden, stellende dat er sprake zou zijn van schending van rechterlijke onpartijdigheid op grond van diverse aangevoerde feiten en omstandigheden.
De Hoge Raad beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging van de Hoge Raad. Het verzoekschrift bevatte weliswaar een uitgebreide uiteenzetting van feiten en omstandigheden, maar geen concrete feiten die de onpartijdigheid van de betreffende raadsheren konden aantasten.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat een wrakingsverzoek alleen kan zien op de raadsheren die de zaak behandelen, en niet op andere betrokkenen zoals leden van het parket, de rolraadsheer of medewerkers van de Hoge Raad.
Gelet op het ontbreken van een gemotiveerd verzoek en het toepassingsgebied van wraking, stelde de Hoge Raad het verzoek buiten behandeling. De beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de raadsheren wordt buiten behandeling gesteld wegens gebrek aan gemotiveerde feiten die de onpartijdigheid aantasten.