Verzoekers hebben in hun verzoekschrift het volgende aangevoerd:
“1. Bij geadresseerden materieel en formeel onwaardig eenzijdig bij de geadresseerde 24/7 100 % natuurlijke persoonburgerconsument risicoverleggend per "gewone” fysieke post verzonden brief d.d. negentien september tweeduizendnegentien, heeft “Namens de Griffier”, ‘ondertekend’ door de heer "(Naam)”, en vermelding '(Naam), Medewerker dossierbehandeling”, aan “[X1]” schriftelijk ondermeer “bericht”, “dat de Hoge Raad der Nederlanden op vrijdag 27 september 2019 uitspraak zal doen in de hierboven genoemde procedure”, waarbij als "Zaaknummer”: F 18/05105 Inzake: [X1], Inkomstenbelasting/premie volksverz.” zijn vermeld, dat “De beslissing wordt genomen door de leden J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools.", dat “De uitspraak in het openbaar op de hiervoor genoemde dag wordt als regel niet gedaan door een van de genoemde leden, maar door een andere rechter (de zogenaamde rolraadsheer)”, dat "Omdat de beslissing al is vastgesteld, vindt op die dag geen inhoudelijke behandeling van de zaak plaats.”, dat “Met de uitspraak komt een einde aan deze procedure bij de Hoge Raad.” en dat "In uitzonderlijke gevallen (bij uitspraken die een relevante maatschappelijke betekenis kunnen hebben) wordt op de dag van die uitspraak op de hiervoor genoemde website ook een persbericht geplaatst.”
2. Bij “kennelijk” ook materieel en formeel inhoudelijk conform sub 1. verzonden en gestandaardiseerde brief van dezelfde datum, heeft "Namens de Griffier”, i. c. ene ”(Naam)”, geparafeerd door een onbekende, met vermelding van “(Naam), Medewerker dossierbehandeling”, i.c. aan "[X1]” ook ondermeer conform het sub 1. 100 % geciteerde, "bericht’, waarbij als "Zaaknummer: F 19/00069” “Inzake: Gecombineerde gemeentelijke heffingen” zijn vermeld.
3. In de sub 1. en sub 2. omschreven brieven zijn geen internationale en/of nazionale standaard en/of niet-standaard rechtsmiddelenclausules c.a. vermeld en wordt de geadresseerde aangemoedigd om toch vooral niet “ter plaatse” te gaan.
4. Evenmin blijkt uit (een van) de beide brieven, noch uit eerder door ondergetekende c.s. ontvangen brieven, expliciet dat en of daaraan voorafgaand, door (bepaalde) geadresseerden rechtshandelingen met (bepaalde stukken in) de dossiers met die, en/of andere, zaaknummers door wie wanneer om welke redenen zijn verricht, zoals bij voorbeeld die door die brieven bij ondergetekende c.s. opgeroepen zgn. "voeging” of “splitsing" van zaken, en zo ja, welke rechtsgevolgen, dat voor welke “betrokkenen’', “partijen” e.d. zal kunnen of moeten hebben (en dan inmiddels dus stilzwijgend heeft (hebben) gehad.
5. Mede, dus niet uitsluitend, dus partieel primitief, daartoe gedwongen en uitgelokt gelet op de sub 1. t/m sub 4. aangevoerde feiten en omstandigheden, “verzoekt” ondergetekende c.s. geadresseerden en “vordert” hij c.s. dat geadresseerden: