ECLI:NL:HR:2019:1714
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring cassatie in omzetbelastingzaak
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de door haar op aangifte voldane omzetbelasting voor het derde kwartaal van 2015. De Staatssecretaris van Financiën had zich verweerd tegen het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden. Daarbij was geen nadere motivering nodig, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad zag ook geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren E.N. Punt (voorzitter), M.E. van Hilten en E.F. Faase op 8 november 2019. Hiermee werd het beroep in cassatie ongegrond verklaard en bleef het oordeel van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.