Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
(...)
(...)
Restant DNA-extract (± 9µl) met NFI-extractienummer: [nummer 1] .
(slachtoffer), geboren op [geboortedatum 2] 1937.
DNA-extract met NFI-extractienummer: [nummer 2] .
(broer van veroordeelde), geboren op [geboortedatum 3] 1969.
DNA-extract met NFI-extractienummer: [nummer 3] .
DNA-extract met NFI-extractienummer: [nummer 4] .
2. De verkregen MPS-DNA-profielen te vergelijken teneinde te bepalen of in de bemonstering van de trui wel of geen aanwijzing wordt gevonden voor de mogelijke aanwezigheid van celmateriaal van de heer [betrokkene 3] of celmateriaal van [aanvrager] .
(...)
Het ontvangen materiaal, zoals beschreven in tabel 1, is tussen 28 augustus 2017 en 17 oktober 2017 door ons onderworpen aan een MP5-DNA-onderzoek. De resultaten van dit MPS‑DNA‑onderzoek worden hieronder beschreven.
(...)
In bovenstaand referentiemonster werd een MPS-DNA-profiel vastgesteld, bestaande uit 22 autosomale STRs (aSTRs).
[SIN code 3] , [SIN code 7] , [SIN code 5] en [SIN code 8]
In bovenstaande referentiemonsters werden MPS-DNA-profielen vastgesteld, bestaande uit 22 autosomale STRs (aSTRs) en 1 Y-chromosomale STR (YSTR).
Om de MPS-DNA-profielen van de referentiepersonen zo goed mogelijk te kunnen vergelijken met het MPS-DNA-profiel van het spoor, is per referentiepersoon bepaald hoe veel unieke allelen zij bezitten. Met unieke allelen bedoelen wij allelen welke bij geen van de andere referentiepersonen worden waargenomen.
(...)
(...)
In bovenstaand spoor werd een complex MPS-DNA-mengprofiel vastgesteld, bestaande uit 22 autosomale STRs (aSTRs) en 1 Y-chromosomale STR (YSTR), afkomstig van tenminste 4 personen. Voor 1 van de 22 autosomale STRs is een aanwijzing gevonden voor de mogelijke aanwezigheid van een zeer geringe hoeveelheid DNA van een vijfde persoon.
Ter beantwoording van de op pagina 2 van dit rapport beschreven tweede vraagstelling is dit complexe MPS-DNA-mengprofiel voor alle STRs vergeleken met de MPS-DNA-profielen van de referentiepersonen [SIN code 3] en [SIN code 5] . Bij deze vergelijking is eveneens rekening gehouden met de MPS-DNA-profielen van referentiepersonen [SIN code 2] , [SIN code 7] en [SIN code 6] .
(...)
Geen van de 5 in het MPS-DNA-profiel van persoon [SIN code 3] waargenomen unieke allelen zijn waargenomen in het MPS-DNA-profiel van spoor [SIN code 1] . Daarnaast zijn 2 van de overige in het MPS-DNA-profiel van persoon [SIN code 3] waargenomen allelen niet waargenomen in het MPS-DNA-profiel van spoor [SIN code 1] .
Daarom kan op grond van de resultaten van dit vergelijkend MPS-DNA-onderzoek geconcludeerd worden dat er geen aanwijzing is verkregen voor de aanwezigheid van DNA van de referentiepersoon [SIN code 3] in spoor [SIN code 10] .
Alle 6 in het MPS-DNA-profiel van persoon [SIN code 5] waargenomen unieke allelen zijn eveneens waargenomen in het MPS-DNA-profiel van spoor [SIN code 1] . Daarnaast zijn alle overige in het MPS-DNA-profiel van persoon [SIN code 5] waargenomen allelen ook waargenomen in het MPS-DNA-profiel van spoor [SIN code 1] .
Bovendien was het Hof ten tijde van de behandeling van de zaak er al mee bekend dat uit de resultaten van het door het NFI verrichteDNA-onderzoek naar voren komt dat niet kan worden uitgesloten dat het in de bemonstering gevonden Y-chromosomale DNA‑mengprofiel van [betrokkene 1] is. Blijkens zijn hiervoor onder 3.2.2 weergegeven bewijsoverwegingen heeft het Hof mede naar aanleiding daarvan de mogelijkheid dat het ten laste van de aanvrager bewezenverklaarde misdrijf is gepleegd door [betrokkene 1] uitvoerig onderzocht, maar als onaannemelijk terzijde geschoven.
4.Beslissing
12 november 2019.