Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 november 2019.
Hoge Raad
De verdachte, woonachtig in Italië, werd door het Hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, wegens hennepteelt, diefstal van elektriciteit door verbreking van de aansluiting, en het voorhanden hebben van munitie en pepperspray.
Het hof overwoog geen taakstraf op te leggen omdat verdachte niet langer in Nederland woonachtig is, waardoor uitvoering van een taakstraf in Nederland niet mogelijk is. De vraag rees of het hof de mogelijkheid van uitvoering van een taakstraf in een andere lidstaat van de EU had moeten overwegen.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel niet leidt tot cassatie en dat het hof de mogelijkheid van taakstrafuitvoering in een andere lidstaat niet heeft miskend. Het beroep wordt verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81, eerste lid, Wet RO.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 12 november 2019.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt gevangenisstraf van 3 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, en verwerpt cassatieberoep.