ECLI:NL:HR:2019:1771
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is echter niet voldaan.
Na een herinnering en verzoek tot opgave van redenen voor niet-betaling, gaf belanghebbende aan niet in staat te zijn het griffierecht te voldoen. Dit werd opgevat als een beroep op betalingsonmacht, maar belanghebbende heeft niet tijdig voldaan aan de criteria voor betalingsonmacht zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende in verzuim is geweest en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is uitgesproken op 15 november 2019 door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.