ECLI:NL:HR:2019:1772
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag en het verzet tegen een eerdere uitspraak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Dit griffierecht is echter niet voldaan.
Na een herinnering en gelegenheid tot het aangeven van redenen voor niet-betaling, heeft belanghebbende aangegeven niet in staat te zijn het griffierecht te voldoen. Deze verklaring voldoet echter niet aan de criteria voor betalingsonmacht zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende in verzuim is gebleven en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is uitgesproken op 15 november 2019 door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.