AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beëindiging pachtovereenkomst en vordering schadevergoeding in hoger beroep
In deze zaak stond de beëindiging van een pachtovereenkomst centraal waarbij de verpachter stelde dat er geen sprake was van een bedrijfsmatige exploitatie van een agrarische onderneming, zoals bedoeld in art. 7:312 BWPro. De eiser had in hoger beroep een vordering tot schadevergoeding in reconventie ingesteld, hetgeen in cassatie aan de orde kwam.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen en arresten van rechtbank Gelderland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De klachten van de eiser in cassatie werden beoordeeld maar leidden niet tot cassatie omdat zij niet tot beantwoording van relevante rechtsvragen noodzaakten.
De Hoge Raad bevestigde het arrest van het hof en wees het cassatieberoep af. Tevens werd de eiser veroordeeld in de proceskosten van de tegenpartij. Hiermee werd de beëindiging van de pachtovereenkomst en de afwijzing van de schadevordering definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/03847
Datum15 november 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser] , wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser] ,
advocaat: mr. A.H.H. Conradi-Vermeulen,
tegen
TORCKSVEEN VERWOLDE B.V., gevestigd te Laren, gemeente Lochem,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Torcksveen,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 5135595 van de rechtbank Gelderland van 15 februari 2017 (verbeterd op 1 maart 2017);
b. de arresten in de zaak 200.213.371 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 januari 2018 en 10 juli 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 10 juli 2018 beroep in cassatie ingesteld.
Torcksveen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Torcksveen toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2.Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 ROPro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Torcksveen begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 15 november 2019.