Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
19 november 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor voorbereiding van verkrachting van een verstandelijk beperkt en kwetsbaar 21-jarig meisje. De verdachte had haar bedreigd en gechanteerd met openbaarmaking van heimelijk verkregen naaktfoto's om haar tot seks te dwingen. Het hof legde een gevangenisstraf van zes maanden en de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden op.
De voorwaarden omvatten onder meer een reisverbod buiten de Europese landsgrenzen van Nederland, een verbod op adreswijziging zonder toestemming van de reclassering, en verplichte opname in een beschermd wonen traject na klinische behandeling. De verdachte stelde dat deze voorwaarden in strijd waren met artikel 38a lid 1 Sr, Europese verdragsregels over vrij verkeer en verblijf, en de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.
De Hoge Raad oordeelde dat de voorwaarden onderdeel zijn van een samenhangend geheel dat gericht is op effectieve behandeling en recidivepreventie. Gezien de ernst van de problematiek, het recidiverisico en de mate van vrijheidsbeperking, zijn de voorwaarden niet disproportioneel of onverenigbaar met nationale of Europese wetgeving. De wettelijke grondslag voldoet aan EU-rechtelijke eisen. Het beroep in cassatie werd verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige afweging tussen vrijheidbeperkende voorwaarden en de noodzaak tot bescherming van de samenleving en effectieve behandeling van de verdachte.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt proportionele en rechtmatige voorwaarden terbeschikkingstelling.