Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
19 november 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot doodslag door op klaarlichte dag in de binnenstad van Enschede op het slachtoffer te schieten.
De verdachte, geboren in 1992, stelde via zijn advocaat een schriftuur in cassatie in. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de verdachte onvoldoende belang bij het beroep heeft of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 19 november 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.