ECLI:NL:HR:2019:1832

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2019
Publicatiedatum
20 november 2019
Zaaknummer
18/03787
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in auteursrechtzaak en wijst proceskosten toe

In deze civiele zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake een auteursrechtgeschil met verweerster. De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen en arresten van rechtbank en hof.

De klachten van eiser in cassatie worden niet ontvankelijk geacht omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep wordt gevolgd.

Verweerster vordert vergoeding van proceskosten in cassatie op grond van art. 1019h Rv. De zaak wordt aangemerkt als een eenvoudige IE-zaak, waarvoor het indicatietarief € 10.000 bedraagt. Verweerster maakt aanspraak op € 7.799,45 inclusief btw, uitsluitend voor advocaatkosten, welk bedrag niet is bestreden door eiser.

De Hoge Raad wijst het gevorderde bedrag toe en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, inclusief wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/03787
Datum22 november 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: mr. J. van Weerden,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/0232372/HA ZA 15-647 van de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2015 en 24 augustus 2016;
b. het arrest in de zaak 200.200.347/01 van het gerechtshof Amsterdam van 5 juni 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. [eiser] heeft bij brief van 11 september 2019 eveneens op die conclusie gereageerd. Nu deze brief niet door tussenkomst van een advocaat aan de Hoge Raad is toegestuurd, zal de Hoge Raad daarop geen acht slaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
2.2
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient [eiser] te worden verwezen in de proceskosten. [verweerster] heeft op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie gevorderd. Daarop zijn van toepassing de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad. De onderhavige zaak dient in de zin van die regeling te worden aangemerkt als een eenvoudige zaak, waarvoor het indicatietarief € 10.000,-- bedraagt. [verweerster] maakt aanspraak op een bedrag van € 7.799,45 inclusief btw. Blijkens de door [verweerster] overgelegde specificatie gaat het daarbij uitsluitend om de door de advocaat in cassatie verrichte werkzaamheden. Nu [eiser] laatstgenoemd bedrag niet heeft bestreden en dit bedrag ligt beneden het hiervoor genoemde indicatietarief, zal het gevorderde bedrag als hierna te melden worden toegewezen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 7.799,45,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
22 november 2019.