Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
22 november 2019.
Hoge Raad
In deze civiele zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake een auteursrechtgeschil met verweerster. De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen en arresten van rechtbank en hof.
De klachten van eiser in cassatie worden niet ontvankelijk geacht omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep wordt gevolgd.
Verweerster vordert vergoeding van proceskosten in cassatie op grond van art. 1019h Rv. De zaak wordt aangemerkt als een eenvoudige IE-zaak, waarvoor het indicatietarief € 10.000 bedraagt. Verweerster maakt aanspraak op € 7.799,45 inclusief btw, uitsluitend voor advocaatkosten, welk bedrag niet is bestreden door eiser.
De Hoge Raad wijst het gevorderde bedrag toe en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, inclusief wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.