Belanghebbende, een woningcorporatie, stelde in haar fiscale aangifte voor 2008 de transitorische rente op de openingsbalans onder de kortlopende schulden en verwerkte deze ook in de berekening van de marktwaarde van haar leningen. De Inspecteur volgde deze waardering niet bij de aanslag voor 2009. Het geschil spitste zich toe op de uitleg van artikel 2.8.1 van de Vaststellingsovereenkomst 2 (VSO2), een modelovereenkomst voor woningcorporaties.
Het Hof oordeelde dat de transitorische rente niet dubbel mocht worden meegenomen, omdat dit zou leiden tot een onjuiste waardering en een fout in de fiscale openingsbalans die hersteld moest worden volgens de foutenleer. De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en benadrukte dat VSO2 objectief moet worden uitgelegd aan de hand van de tekst en toelichting, waarbij fiscale regels en gevolgen meewegen.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat de foutenleer niet van toepassing zou zijn, omdat de onjuistheid voortvloeit uit een niet in acht genomen juridisch uitgangspunt in de vaststellingsovereenkomst. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.