Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 december 2019.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 3 december 2019 het cassatieberoep van de verdachte verworpen in een strafzaak over medeplegen van gewoontewitwassen. Het beroep was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 juli 2018.
De verdediging had een middel van cassatie voorgesteld, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit middel niet tot cassatie kon leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering noodzakelijk, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de raadsheren bevestigden dit oordeel. Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen.