ECLI:NL:HR:2019:1904

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2019
Publicatiedatum
4 december 2019
Zaaknummer
19/00081
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 302 SrArt. 163.2 WVW 1994Art. 7.1.a WVW 1994
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak poging zware mishandeling en verkeersdelicten

De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor poging zware mishandeling door met een auto op een ander in te rijden, het weigeren medewerking te verlenen aan een ademonderzoek en het verlaten van de plaats van een ongeval. De verdachte was ten tijde van het incident gedetineerd uit anderen hoofde en er werd onder meer de vraag gesteld of uit een ondertekende afstandsverklaring kon worden afgeleid dat hij afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geconcludeerd dat de middelen van de verdediging niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch werd daarmee bevestigd. De Hoge Raad verwierp het beroep en handhaafde de eerdere uitspraak. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor poging zware mishandeling en verkeersdelicten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00081
Datum10 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 december 2018, nummer 20/002682-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2019.