Belanghebbende, [X] B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 oktober 2017. Deze uitspraak betrof het hoger beroep tegen een beschikking van de Belastingdienst tot aansprakelijkstelling op grond van de Invorderingswet 1990 voor nageheven loonheffing over de periode 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006.
De Hoge Raad ontving vier cassatiemiddelen van belanghebbende en een verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en raadsheren L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2019.