Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 december 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland over een klaagschrift tegen beslaglegging op een sloep, gelegd op grond van artikel 94 en Pro 94a van het Wetboek van Strafvordering in het kader van een onderzoek naar hennepteelt.
De klager betoogde onder meer dat de rechtbank ten onrechte niet op het klaagschrift had beslist en dat de maatstaf bij de beoordeling van het klaagschrift niet juist was toegepast. Tevens werd de vraag gesteld of de sloep als registergoed kon worden aangemerkt en of de motivering van het oordeel over het eigenaarschap voldoende was.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en geeft geen nadere motivering, omdat de vragen niet van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt verworpen, waarmee het vonnis van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.