Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 december 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland inzake beslag op auto’s onder klager wegens verdenking van heling. De beschikking was ten onrechte gericht tegen de vader van klager in plaats van tegen klager zelf. De Hoge Raad oordeelt dat deze fout op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Rechtsvordering gecorrigeerd dient te worden door de beschikking dienovereenkomstig te lezen.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgt dit advies. De middelen van cassatie bieden geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt de geldigheid van de beslagbeschikking, met de correctie dat deze op klager moet worden gericht. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beslagbeschikking wordt gecorrigeerd en gehandhaafd.