ECLI:NL:HR:2019:1934

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2019
Publicatiedatum
10 december 2019
Zaaknummer
18/05542
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408 lid 2 SvArt. 511g lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onduidelijkheid over tijdige kennisgeving hoger beroep profijtontneming

De zaak betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen de betrokkene. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingesteld, gebaseerd op de aanname dat de betrokkene op 23 november 2017 bekend was met de uitspraak.

De Hoge Raad stelt vast dat uit de akte van uitreiking, waarop het hof zich baseerde, niet duidelijk blijkt welke uitspraak of stukken aan de betrokkene zijn uitgereikt. Hierdoor is onduidelijk of de betrokkene daadwerkelijk op die datum kennis heeft genomen van de uitspraak.

Gelet hierop is het oordeel van het hof dat het hoger beroep te laat is ingesteld niet begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het hoger beroep.

De conclusie van de Advocaat-Generaal ondersteunt deze beoordeling, waarbij wordt benadrukt dat de termijn voor hoger beroep pas kan worden geteld vanaf het moment dat de betrokkene bekend is met de uitspraak. De zaak wordt opnieuw behandeld door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het hoger beroep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/05542 P
Datum10 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2018, nummer 20/000125-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de betrokkene.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft I.A.C. Cools, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1
Het middel richt zich tegen het oordeel van het Hof dat de betrokkene het hoger beroep na het verstrijken van de wettelijke termijn heeft ingesteld.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 tot en met 10 is het middel terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2019.