ECLI:NL:HR:2019:1942
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een aanslag inkomstenbelasting en boetebeschikking voor het jaar 2012.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat belanghebbende een beroep op betalingsonmacht had gedaan voor het griffierecht. Dit beroep werd afgewezen omdat niet aan de criteria was voldaan. Belanghebbende werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en kreeg de mogelijkheid om alsnog te betalen of te reageren.
Ondanks deze aanmaningen en een termijn van vier weken na de laatste brief, werd het griffierecht niet betaald en werd geen tijdige reactie ontvangen. Een te laat ingekomen brief werd buiten beschouwing gelaten. Op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb Pro werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.