ECLI:NL:HR:2019:1943
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de Rechtbank Gelderland betreffende aanslagen inkomstenbelasting en premies over het jaar 2014, inclusief boetebeschikking en belastingrente.
Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht, maar dit werd afgewezen wegens niet voldoen aan de criteria. Na meerdere schriftelijke aanmaningen en een termijn van vier weken voor betaling, bleef het griffierecht onbetaald.
De Hoge Raad stelde belanghebbende in de gelegenheid om binnen een termijn van vier weken na een aangetekende brief aan te geven waarom het griffierecht niet betaald was, maar deze gelegenheid werd niet tijdig benut. Hierdoor verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 13 december 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.