ECLI:NL:HR:2019:1945
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Amsterdam en het verzet tegen een uitspraak van die rechtbank. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Hoewel de aanmaningen zijn ontvangen, heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan en geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om dit te verklaren.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.