ECLI:NL:HR:2019:1946
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 september 2019, betreffende een geschil op het gebied van bestuurs- en belastingrecht. De Hoge Raad heeft dit beroep beoordeeld op ontvankelijkheid.
Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van bestuursrechters indien dit bij wet is bepaald. In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen de betreffende uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is besloten dat er geen aanleiding is om proceskosten aan de zijde van belanghebbende toe te wijzen. Het arrest is op 13 december 2019 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.