ECLI:NL:HR:2019:1959
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende belastingaanslagen en boetebeschikkingen over het jaar 2013. Voor het beroep in cassatie bij de Hoge Raad moest griffierecht worden betaald. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht, maar dit werd afgewezen omdat niet aan de criteria werd voldaan.
De griffier van de Hoge Raad stuurde meerdere brieven aan belanghebbende om te wijzen op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde termijnen voor betaling. Een aangetekende brief werd geweigerd en later alsnog per gewone post verzonden. Ondanks een laatste aanmaning om binnen vier weken te reageren op de niet-betaling, maakte belanghebbende geen tijdig gebruik van deze gelegenheid.
De brief die belanghebbende na de termijn indiende, werd als te laat beschouwd. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 13 december 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.