ECLI:NL:HR:2019:1960
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake belastingaanslagen en boetebeschikkingen over het jaar 2014. Voor het instellen van het beroep was betaling van griffierecht vereist. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht, maar dit werd afgewezen omdat niet aan de criteria was voldaan.
De griffier van de Hoge Raad stuurde belanghebbende meerdere brieven, waaronder aangetekende brieven, met aanmaningen tot betaling binnen gestelde termijnen. Een brief werd geweigerd en teruggezonden, waarna alsnog een gewone brief werd verzonden. Ondanks deze inspanningen werd het griffierecht niet betaald.
Belanghebbende kreeg een laatste kans om binnen vier weken na dagtekening van een aangetekende brief uitleg te geven over het niet betalen, maar maakte hier geen tijdig gebruik van. Een te laat ingekomen brief werd buiten beschouwing gelaten. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.