ECLI:NL:HR:2019:1996
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2006, 2007 en 2009 in hoger beroep gegaan bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Dit hof had de aanslagen bevestigd. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld aan de hand van de ingediende middelen en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. De middelen konden echter niet tot cassatie leiden en gaven geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen reden om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof ongewijzigd en zijn de naheffingsaanslagen definitief.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier op 20 december 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.