ECLI:NL:HR:2019:20

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 januari 2019
Publicatiedatum
8 januari 2019
Zaaknummer
17/02357
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 408.1.a SvArt. 260.5 SvArt. 81.1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen verstekarrest diefstal scheermesjes

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte van Roemeense nationaliteit tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Den Haag. De verdachte werd in hoger beroep verstek verklaard omdat het hoger beroep te laat was ingesteld. De kern van het geschil betrof onder meer de vraag of de inleidende dagvaarding correct in zowel het Nederlands als het Roemeens was uitgereikt, conform artikel 260, vijfde lid, Sv.

De advocaat van verdachte stelde een middel van cassatie voor, maar de Procureur-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen. Hiermee blijft het verstekarrest van het hof in stand, waarbij de verdachte werd veroordeeld voor diefstal van scheermesjes uit een winkel.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het verstekarrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

8 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02357
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 april 2017, nummer 22/000065-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.H. van Huijgevoort, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 januari 2019.