ECLI:NL:HR:2019:200

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2019
Publicatiedatum
7 februari 2019
Zaaknummer
18/01231
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 247 SrArt. 248 SrArt. 342 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontucht met minderjarige onder zorg

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake ontucht met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, gepleegd in strijd met de artikelen 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

Het cassatieberoep richt zich onder meer op klachten over het denatureren van een verklaring en het bewijsminimum zoals bedoeld in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (unus testis-regel). De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het gerechtshof in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 5 maart 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

5 maart 2019
Strafkamer
nr. S 18/01231
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 1 februari 2018, nummer 22/003576-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.A. Blok, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 maart 2019.