Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 februari 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de onder curatele gestelde en zijn curatoren een gewichtige reden kan zijn voor ontslag van de curatoren op grond van artikel 1:385 lid 1 onder Pro d BW.
De curatoren hadden tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld nadat het hof hun ontslag had afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de kantonrechter en het gerechtshof voor het feitencomplex en de procesgang.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat artikel 81 lid 1 RO Pro bepaalt dat klachten die niet bijdragen aan rechtseenheid of rechtsontwikkeling geen nadere motivering behoeven.
Daarmee bevestigt de Hoge Raad het oordeel dat een ernstig verstoorde verstandhouding niet zonder meer een gewichtige reden oplevert voor ontslag van curatoren. Het beroep wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag van de curatoren wordt afgewezen.