ECLI:NL:HR:2019:201

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2019
Publicatiedatum
8 februari 2019
Zaaknummer
18/01980
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:385 lid 1 onder d BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt weigering ontslag curatoren bij ondercuratelestelling wegens verstoorde verstandhouding

In deze zaak stond de vraag centraal of een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de onder curatele gestelde en zijn curatoren een gewichtige reden kan zijn voor ontslag van de curatoren op grond van artikel 1:385 lid 1 onder Pro d BW.

De curatoren hadden tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld nadat het hof hun ontslag had afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de kantonrechter en het gerechtshof voor het feitencomplex en de procesgang.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat artikel 81 lid 1 RO Pro bepaalt dat klachten die niet bijdragen aan rechtseenheid of rechtsontwikkeling geen nadere motivering behoeven.

Daarmee bevestigt de Hoge Raad het oordeel dat een ernstig verstoorde verstandhouding niet zonder meer een gewichtige reden oplevert voor ontslag van curatoren. Het beroep wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag van de curatoren wordt afgewezen.

Uitspraak

8 februari 2019
Eerste Kamer
18/01980
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoekster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verzoekster 2],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
Verzoeksters zullen hierna ook worden aangeduid als de curatoren.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 5398384/16-85187 van de kantonrechter te Gouda van 29 november 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.210.375/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2018.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben de curatoren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Verweerders hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de curatoren heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
8 februari 2019.