ECLI:NL:HR:2019:2010

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2019
Publicatiedatum
19 december 2019
Zaaknummer
19/01117
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7 lid 2 HuwelijksvermogensverdragArt. 10-13 Huwelijksvermogensverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake huwelijksvermogensrecht en bruidsgave onder Iraans recht

In deze zaak heeft de man cassatieberoep ingesteld tegen de beschikkingen van het hof Arnhem-Leeuwarden omtrent de kwalificatie van een bruidsgave die is overeengekomen onder Iraans recht. De kernvraag betrof of deze bruidsgave kan worden aangemerkt als een huwelijkse voorwaarde of als een rechtskeuze in de zin van het Huwelijksvermogensverdrag.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland en het hof Arnhem-Leeuwarden. De klachten van de man in cassatie zijn beoordeeld aan de hand van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep wordt gevolgd.

De beschikking is gegeven door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer C.E. du Perron. De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen door de Hoge Raad.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/01117
Datum20 december 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikkingen in de zaak C/16/373378 / FA RK 14-4797 van de rechtbank Midden-Nederland van 1 april 2015, 17 februari 2016 en 13 juli 2016;
de beschikkingen in de zaak 200.200.441 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 maart 2018 en 29 november 2018.
De man heeft tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
20 december 2019.