ECLI:NL:HR:2019:2022

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2019
Publicatiedatum
19 december 2019
Zaaknummer
19/03874
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende, een vennootschap gevestigd te [Z], had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. De eerste brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden en vervolgens per gewone post verzonden naar het opgegeven adres. Het griffierecht is echter niet betaald.

Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet tijdig was voldaan. Deze brief is volgens Track&Trace opgehaald, maar belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moest het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2019.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/03874
Datum20 december 2019
ARREST
in de zaak van
[X] LTD te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 25 juni 2019, nr. SGR 18/7097 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 19 februari 2019.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 21 september 2019 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna het stuk bij gewone brief is verzonden naar het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet betaald.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 23 oktober 2019 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2019.