ECLI:NL:HR:2019:2039
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad in belastingzaak
Verzoekster heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld in een belastingzaak. Zij verzocht vervolgens de wraking van de drie raadsheren die het arrest zouden wijzen, omdat zij meent dat haar niet de gelegenheid was geboden om bewijs te leveren van de tijdige verzending van haar beroepschrift. Verzoekster stelde dat dit een schending van haar recht op een eerlijk proces inhoudt, onder verwijzing naar het EVRM en de Nederlandse rechtspraak.
De Hoge Raad stelt voorop dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor vooringenomenheid. De door verzoekster aangevoerde gronden zijn niet geconcretiseerd met feiten die de onpartijdigheid van de raadsheren aantasten.
Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het wrakingsverzoek niet kan worden toegewezen en wijst het verzoek af. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 november 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de Hoge Raad wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor onpartijdigheidsschending.