Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
12 februari 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte met een visuele handicap die op 13 december 2013 op station Zaandam werd lastiggevallen door drie jongens, waaronder het slachtoffer. De verdachte bracht het slachtoffer met een mes een zware snijwond toe aan de rechteronderarm, met blijvend letsel tot gevolg.
Het hof Amsterdam verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces, stellende dat niet was gebleken van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van lijf of goed. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het beroep op noodweerexces werd verworpen, mede gelet op verklaringen waaruit het lastigvallen en aan de arm zitten van de verdachte blijkt.
De Hoge Raad benadrukt het belang van nauwkeurige en consistente feitelijke vaststellingen bij de beoordeling van noodweer(exces). Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing op het beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering bij verwerping noodweerexces.