ECLI:NL:HR:2019:244

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 maart 2019
Publicatiedatum
15 februari 2019
Zaaknummer
16/05555
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering beslag op vorderingen in strafrechtelijk onderzoek

In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland inzake conservatoir beslag op vorderingen van een besloten vennootschap op de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Dit beslag werd gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen de bestuurder van de vennootschap wegens verdenking van verkeerd labelen van vlees.

De rechtbank had geoordeeld dat aan de eis van artikel 94a, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering was voldaan, namelijk dat het beslag kennelijk was gelegd met het doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen. De Hoge Raad stelt echter dat het oordeel van de rechtbank dat de vorderingen aan de vennootschap zijn gaan toebehoren met kennelijk het doel van verhaalsfrustratie, zonder nadere motivering niet begrijpelijk is.

Ook de herstructurering van de bedrijfsstructuur en overheveling van vermogensbestanddelen maakt dit oordeel niet anders. Daarom vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling en beslissing op het bestaande klaagschrift.

De conclusie van de Advocaat-Generaal, die tot vernietiging adviseerde, is hierbij gevolgd. Deze uitspraak bouwt voort op eerdere jurisprudentie, waaronder ECLI:NL:HR:2016:580.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor nieuwe behandeling wegens onvoldoende motivering van het beslagdoel.

Uitspraak

12 maart 2019
Strafkamer
nr. S 16/05555 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 2 november 2016, nummer RK 15/75, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster], gevestigd te [vestigingsplaats] .

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben J.L. Baar, advocaat te Utrecht, en D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terug- of verwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel komt op tegen de ongegrondverklaring van het beklag voor zover dat strekt tot opheffing van het conservatoir beslag op vorderingen die de klaagster heeft op de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Het klaagt in het bijzonder over het oordeel van de Rechtbank dat is voldaan aan de in art. 94a, vierde lid, Sv gestelde eis van het kennelijke doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal, in het bijzonder onder 3.10 tot en met 3.12, is het middel terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 maart 2019.