ECLI:NL:HR:2019:245

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2019
Publicatiedatum
15 februari 2019
Zaaknummer
17/03594
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens ontoelaatbare verbetering bewijsoverweging bij bedreiging met zware mishandeling

De verdachte werd in hoger beroep door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat van verdachte diende schriftelijke middelen van cassatie in.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het cassatieberoep werd verworpen. De Hoge Raad benadrukte dat het beroep niet slaagt vanwege een ontoelaatbare verbetering van de bewijsoverweging door het hof, hetgeen niet kan leiden tot vernietiging van het arrest. Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en raadsheren Buruma en van den Brink.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

19 maart 2019
Strafkamer
nr. S 17/03594
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 maart 2017, nummer 20/002890-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.J.J. Lunsingh Tonckens, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 maart 2019.