Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 februari 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake poging zware mishandeling in een recreatiepark in Lith. Verdachte zou een op de grond liggend slachtoffer tegen het gezicht hebben geschopt en gestompt, hetgeen valt onder art. 302 lid 1 Sr Pro.
Namens verdachte zijn door advocaten een middel van cassatie ingediend, gericht op een bewijsklacht met betrekking tot het schoppen in het gezicht. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is, omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.