Uitspraak
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 5 juli 2018, nr. 16/7680 ANW, betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet.
Hoge Raad
Belanghebbende, woonachtig in Marokko, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit van de Sociale Verzekeringsbank inzake de Algemene nabestaandenwet. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk is.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze betaling is niet voldaan binnen de termijn. Vervolgens is belanghebbende opnieuw in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na ontvangst van een tweede brief aan te geven waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Ook hierop is geen tijdige reactie ontvangen.
De brief die op 20 november 2018 binnenkwam, is te laat en wordt buiten beschouwing gelaten. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb wordt het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het reeds betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.