Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld inzake een naheffingsaanslag omzetbelasting, boetebeschikking en heffingsrente over 2010. De Hoge Raad beoordeelde of het beroep ontvankelijk was.
De griffier van het Hof had vastgesteld dat de uitspraak op 9 maart 2018 aan partijen was verzonden. Het beroepschrift in cassatie werd pas op 24 april 2018 ontvangen, terwijl de wettelijke termijn zes weken bedroeg en eindigde op 20 april 2018. De Hoge Raad gaf belanghebbende vervolgens een extra termijn om aan te tonen dat het beroepschrift tijdig was verzonden of een reden voor de overschrijding te geven.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid binnen de gestelde termijn. Een brief die later binnenkwam werd buiten beschouwing gelaten. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.