ECLI:NL:HR:2019:297

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2019
Publicatiedatum
28 februari 2019
Zaaknummer
17/02444
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 261 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in smaadzaak wegens ontbreken rechtsvragen belang rechtseenheid

In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag betreffende een smaadschriftzaak. De verdachte stelde onder meer dat hij te goeder trouw kon aannemen dat de ten laste gelegde feiten waar waren en dat het algemeen belang de tenlastelegging eiste, zoals bedoeld in art. 261 lid 3 Sr Pro.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 5 maart 2019, waarbij de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlags betrokken waren.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

5 maart 2019
Strafkamer
nr. S 17/02444
JHO/ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 2 mei 2017, nummer 22/002738-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording va n rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma e nM.T. Boerlags, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 maart 2019.