Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
5 maart 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging zware mishandeling gepleegd op 19 en 20 december 2016 te Gorredijk. De verdachte werd ervan beschuldigd meerdere malen te hebben geslagen, gestompt en geschopt tegen het hoofd en lichaam van twee slachtoffers, zonder dat het misdrijf was voltooid.
Namens de verdachte werd in hoger beroep een verweer gevoerd dat hij wegens psychische overmacht, veroorzaakt door vele pesterijen op school vanwege zijn huidskleur, niet kon worden vervolgd. Dit verweer hield in dat verdachte geen weerstand kon bieden tegen de druk van de omstandigheden gezien zijn jeugdige leeftijd.
Het Hof had op straffe van nietigheid uitdrukkelijk met redenen omklede beslissing moeten geven op dit verweer, maar heeft dit nagelaten. De Hoge Raad acht dit een schending van het recht en vernietigt daarom het arrest van het Hof.
De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep, waarbij het verweer van psychische overmacht wel inhoudelijk moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens het niet beslissen op het verweer van psychische overmacht en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.