ECLI:NL:HR:2019:344

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 maart 2019
Publicatiedatum
12 maart 2019
Zaaknummer
18/00996
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 94a SvArt. 22 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet-openbare behandeling klaagschrift raadkamer

De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend door klager in een strafzaak over deelname aan een criminele organisatie.

De kern van het geschil is of de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer in het openbaar heeft plaatsgevonden, zoals voorgeschreven in artikel 552a, zevende lid, Sv. De Hoge Raad overweegt dat dit voorschrift van zodanige betekenis is dat niet-naleving leidt tot nietigheid van het onderzoek en de beschikking, tenzij toepassing is gegeven aan de uitzonderingen in artikel 22, tweede en derde lid, Sv.

Uit het proces-verbaal blijkt niet dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, noch dat een uitzondering op het openbaarheidsvereiste is toegepast. Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het middel terecht klaagt over de niet-naleving van het openbaarheidsvereiste.

De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, zodat het klaagschrift opnieuw in het openbaar behandeld en afgedaan kan worden.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 12 maart 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens niet-openbare behandeling van het klaagschrift en wijst de zaak terug voor herbehandeling.

Uitspraak

12 maart 2019
Strafkamer
nr. S 18/00996 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 2 maart 2018, nummer RK 17/007610, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.
2.2.1.
Art. 552a, zevende lid, Sv bepaalt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Dit voorschrift is van zodanige betekenis dat
– behoudens toepassing van art. 22, tweede en derde lid, Sv – de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking.
2.2.2.
Het proces-verbaal van de behandeling door de raadkamer houdt niet in dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is gebeurd, terwijl ook niet blijkt dat toepassing is gegeven aan art. 22, tweede en derde lid, Sv.
2.3.
Het middel klaagt daarover terecht.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 maart 2019.