Belanghebbende uit België heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 augustus 2018, die ging over besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) op grond van de Werkloosheidswet (WW) en de Ziektewet (ZW).
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is op 22 maart 2019 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Beukers-van Dooren en Cools.